Het van Gaal principe voor ontspannen presenteren
by Speechwell ®, juni 27, 2014, 20:57.

Het Van Gaal-principe voor ontspannen presenteren

 

Ontspannen presenteren is niet voor iedereen weggelegd. Uit onderzoek blijkt dat meer mensen bang zijn voor het geven van een presentatie dan voor de dood. Dat heeft in presentatieland geleidt tot het grapje dat statistisch gezien de persoon die op een crematie de nabestaanden van de overledene toespreekt, kennelijk liever in de kist zou willen liggen. De meeste mensen die gespannen zijn voor het geven van een presentaties zijn echter niet noodzakelijkerwijs ook suïcidaal. Zij hebben iets anders nodig om hun spanning te elimineren. Voor al die mensen is het Van Gaal-principe wellicht een uitkomst. Hoe werkt het?

 

Imago

Van Gaal staat bekend als een uiterst bekwaam voetbaltrainer. Hij staat echter niet bekend als de meest charismatische spreker. Zijn nukkige, norse overkomen is in de pers meer dan uitgebreid aan de orde geweest en als we zijn vrouw mogen geloven – zelf laat hij zich er nauwelijks over uit – dan wordt hij op basis van zijn uiterlijke presentatie volstrekt verkeerd geïnterpreteerd. Van Gaal schijnt een man te zijn met veel humor. Ik ken hem niet persoonlijk, dus ik kan er ook niet over oordelen, maar laten we aannemen dat het zo is. Van Gaal zelf heeft er weinig last van, terwijl hij het in de pers toch behoorlijk voor zijn kiezen heeft gekregen, en nog krijgt. Hoe blijft hij daar zo stoïcijns rustig onder? Hieronder geef ik drie tips voor meer ontspannen presenteren. Ik begin met een eigen ervaring.

 

1975, zomer, Utrecht

Ik sta in winkelcentrum Hoog-Catharijne enkele liedjes te spelen. Het winkelcentrum bestond nog niet zo lang - er hingen destijds nog geen luidsprekers - ideaal voor de straatmuzikant die ik toen was. Om mij heen stonden ongeveer zestig mensen te luisteren hoe ik uit volle borst mooie John Denver liedjes aan het zingen was. John Denver was niet stoer, maar het ‘ verkocht’ goed en ik kon het blijkbaar mooi zingen. Zestig mensen is best veel en het was aan de gelaatsuitdrukking en het meebewegen van de lippen op de tekst van de muziek te zien dat veel mensen genoten van wat ik daar aan het doen was. Maar wat deed ik? Ik zag twee vrouwen, schuin rechts voor me, aan wie op hun gezicht niets te zien was, die geen enkele emotie vertoonden en die quasi ongeïnteresseerd bleven staan kijken en luisteren. Van binnen richtte ik al mijn energie op deze twee ogenschijnlijk ongeïnteresseerde dames in de hoop een glimlach of in ieder geval een teken van goedkeuring te krijgen. Dat lukte niet en ‘s nachts moest ik nog aan die twee vrouwen denken. Het was alsof ik gefaald had. Had ik toen maar een ‘oefenmeester’ als Van Gaal gehad! Daarover straks meer.

 

Waarzeggen en realiteit

Pas veel later, toen ik na een kortstondige carrière als televisiepresentator begon met het geven van presentatietrainingen, leerde ik twee belangrijke zaken die het leven van de meeste presentatoren aanzienlijk kunnen veraangenamen. Het eerste was het simpele gegeven dat je aan een gelaatsuitdrukking bij veel mensen niet kunt aflezen wat hun innerlijke beleving is. Als je dat wel doet dan ben je aan het waarzeggen. Je meent iets te zien wat er helemaal niet hoeft te zijn en waarschijnlijk ook niet is. Misschien heb je geleerd dat mensen die niet zichtbaar enthousiast zijn, die met hun armen over elkaar staan of die zittend het ene been over het andere hebben, gesloten en dus niet enthousiast zijn. Dat is in sommige gevallen wellicht het geval, maar in de meeste gevallen is het lariekoek, volstrekte onzin en voedsel voor misinterpretatie en spanning. Wanneer ik in een grote zaal als toehoorder luister naar een boeiende spreker, dan zit ik meestal precies in de houding die in de boekjes omschreven staat als gesloten. In zekere zin klopt dat wel, want wat ik met die houding doe is mijn omgeving buitensluiten, zodat ik mijn aandacht volledig bij de spreker kan richten. Ik heb mensen op coaching gehad die, om beter te kunnen luisteren, hun ogen dicht houden en zelfs hun handen voor hun gezicht houden. Ze sluiten alle visuele indrukken uit om de auditieve beter op te nemen. En als ik zo lekker in mijn gesloten houding zit te luisteren, dan zou de presentator mij bepaald geen plezier doen door me een vraag te stellen vanuit de foute aanname dat ik niet bij de presentatie betrokken ben. Stop met waarzeggen!

 

Het simpele feit dat de twee dames de moeite namen om bij mijn optreden te blijven staan en naar mij keken – en na afloop geld in mijn gitaarkoffer gooiden -  gaf voldoende aan wat hun waardering was voor wat ik daar aan het doen was. Anders waren ze doorgelopen. Het loont dus de moeite het waarzeggen in te ruilen voor objectieve, meer realistische informatie, zoals eerlijke feedback na afloop van je presentatie.

 

1991, lente, Gouda

Een collega zei eens tegen me: ‘10% van je publiek bereik je niet. Deze mensen hebben slecht geslapen, hebben de dag ervoor een slecht nieuwsboodschap gekregen, komen net terug van vakantie en hebben een jetlag, ze hebben die ochtend slechte seks gehad of ze zijn verliefd en hebben waarschijnlijk juist heel erg goede seks gehad of ze zitten met hun hoofd bij zoiets praktisch en onromantisch als de verbouwing van hun keuken. Die mensen hebben dus andere dingen aan hun hoofd dan wat jij staat te vertellen en dat zegt niet per definitie iets over de kwaliteit van je presentatie.’ Veel presentatoren denken dat ze hun aandacht juist op die mensen moeten richten, bijvoorbeeld door ze een vraag te stellen. Dat is een grote valkuil. Als ze echt door iets anders zijn afgeleid dan kun je ze beter hun afleiding gunnen. Als je deze mensen niet per se nodig hebt om je doelen te behalen, stop er dan ook niet meer energie in dan aan je overige toehoorders. Je hoeft ook niet teleurgesteld of boos op ze te zijn. Ook daarmee zou je negatieve energie verspillen.

 

90% van je toehoorders bereiken is nog steeds een uitdagend target. Persoonlijk heb ik het schrappen van 10% als zeer bruikbare ervaren, niet als excuus voor een slechte presentatie, maar als realistisch perspectief van de reikwijdte van mijn verleidingskunst.

Maar goed, dan blijven er dus nog 90% over en die mensen luisteren wel naar je en niet alleen dat, ze vinden ook allemaal iets van wat je staat te vertellen. Daarmee komen we op het Van Gaal-principe.

 

2014, zomer, Amersfoort

In een interview met Van Gaal las ik dat hij de mate waarin hij zich kritiek wel of niet aantrekt, laat af hangen van de mate waarin hij de kritiek-gever voldoende bevoegd acht om over hem te oordelen. Van Gaal luistert alleen naar kritiek van mensen die hem echt kennen. Dat maakt dat hij al die onzin die over hem beweert wordt, door al die mensen die een mening over hem hebben, zonder scrupuleus naast zich neer kan leggen. Hij trekt er zich geen barst van aan. Mijn aanname is dat hij al dat gezever over hem eigenlijk zo volstrekt oninteressant vindt, dat hij er eigenlijk helemaal niet naar wíl luisteren. Maar ja, BN-er zijn, gevierd voetbaltrainer zijn, maakt dat hij vaak in de pers komt en zijn mediaoptredens niet, zoals het koninklijk huis, kan beperken tot een fotoshoot met vrouw en kinderen op het gras  voor de villa in Wassenaar. Hij moet dus wel. Wat we in mijn ogen zien wanneer Van Gaal voor de camera verschijnt is niet de persoonlijkheid van Van Gaal, maar zijn irritatie om te worden bekritiseerd en ondervraagd –een passend woord voor moderne sportjournalistiek – door nitwits die menen dat ze recht hebben op een mening over Van Gaal, terwijl Van Gaal daar dus op dat moment heel anders over staat te denken! Het boeiende van deze veronderstelling is dat het hele imago van Van Gaal dus niet door Van Gaal zelf, maar door de sportjournalisten wordt gecreëerd! Onbewust en niet-intentioneel weliswaar, maar met hetzelfde effect: een norse Van Gaal.

 

Nu moet ik het wel even voor de sportjournalisten opnemen, want Van Gaal treft hier zelf ook enige blaam. Het feit dat iemand je niet kent en dat die persoon en plein publiek ongenuanceerde en onware zaken over zowel je vak als je persoonlijke overkomen in je gezicht staat te slingeren, is nog geen excuus voor een norse houding. Een beetje boeddhist zou al die onzin met een grote glimlach op zijn gezicht weten te weerstaan en daarmee een aanzienlijk meer positief imago over zichzelf afroepen. Sterker nog, als Van Gaal wat meer van zichzelf zou laten zien aan de mensen die zo’n verkeerde indruk van hem hebben en die in zijn ogen zo weinig van zijn vak afweten, dan zou hij zijn eigen imago bij diezelfde mensen ter plekke verbeteren. Maar goed, we dwalen af. Terug naar het Van Gaal-principe.

 

De meeste mensen die een presentatie geven zijn inhoudelijk professional. Dat wil zeggen dat ze vaak veel weten van het onderwerp waarover ze spreken en vaak ook meer dan hun toehoorders, net als Van Gaal meer weet over voetbal, volgens hemzelf in ieder geval, dan vrijwel elke sportjournalist. Toch stellen de meeste presentatie gevende professionals zich vaak erg afhankelijk op van het oordeel van hun onwetende toehoorders. Ze trekken zich te veel aan van mensen die op inhoudelijke gronden goed beschouwd niet of minder bevoegd zijn over hun kennis te oordelen. Pas je het van Gaal principe toe, dan waardeer je je eigen deskundigheid en zet je die af tegen de deskundigheid van je toehoorders. Heb je daarover een realistisch perspectief, dan weet je aan welke meningen en oordelen je je wel en aan welke je je helemaal niets gelegen hoeft te laten liggen. Dat scheelt een bende spanning! Je hoeft je dus ook niet te irriteren of af te zetten tegen al die mensen die in jouw ogen minder van de materie afweten, maar wel hun oordeel klaar hebben. Laat ze. Het hoort bij onze cultuur. Genuanceerd denken is vaak zo moeilijk dat velen de voorkeur geven aan oordelen. Waarschijnlijk maak jij jezelf er ook wel eens schuldig aan. Ik adviseer je om vanuit je eigen deskundigheid, je eigen kracht, anderen zelfbewust tegemoet te treden. Dat scheelt je een hoop spanning en het levert een beter imago op dan van Gaal.